‘We gingen op het geschreeuw af en daar lag Joolz, met allemaal mensen om haar heen’

Persoonlijk

Je moet er als ouder niet aan denken dat je kind wordt aangereden, maar toch gebeurt dit vaker dan je denkt. Afgelopen zomer werd Antonella’s dochter Joolz (2,5) aangereden door een auto die door rood reed. ‘Ik dacht: Dit kan niet, ik ga nu niet mijn dochter verliezen. Dat klopt niet!’

Antonella: ‘Het was 6 juni 2015, een van de heetste dagen van het jaar. Niet lang daarvoor waren we verhuisd en we zaten die middag in de tuin. We hadden een badje voor de kinderen opgezet en zouden die avond met z’n viertjes gaan barbecueën: mijn vriend Sam, zijn dochter Alessia (11), mijn dochter Joolz (2,5) en ik.
Alessia vroeg of ze even met Blue, de hond, mocht wandelen. En of Joolz mee mocht. Achter ons huis is een klein speeltuintje met een glijbaan, een schommel en veel gras. Dankzij het mooie weer waren alle buurtkinderen buiten aan het spelen. Wij stemden ermee in, op voorwaarde dat ze op het gras zouden blijven. Op een gegeven moment ging een groepje kinderen naar de overkant van de straat. Alessia moet toen gedacht hebben: daar gaan wij ook naartoe. Ze is altijd zo trots op haar zusje en Blue. Ze wilde hen natuurlijk even showen.’

Trotse Alessia met zusje Joolz

Zebrapad

‘Om bij de overkant van de straat te komen, moet je oversteken bij een zebrapad met stoplichten. Dat is nog geen dertig meter van ons huis. Onze kinderen lopen daar zo’n drie keer per dag, alleen zijn wij er dan altijd bij. Nu gingen ze zonder ons. En zonder dat wij het wisten. Ze wachtten tot het stoplicht op groen sprong en liepen, maar helaas was er een man in een Mitsubishi Outlander die op dat moment door rood reed. Hij reed Joolz vol aan.’

‘Opeens hoorden we Alessia schreeuwen. We keken elkaar aan, renden naar buiten, op het geschreeuw af. En daar lag ze. Kleine Joolz’

‘Intussen waren achter ons huis nog steeds veel kinderen aan het spelen. Wij hoorden die vrolijke speelgeluiden en waren in de veronderstelling dat onze kinderen daar ook bij waren. Maar opeens dacht ik dat ik de oudste heel hard hoorde schreeuwen. Ik zei tegen Sam: ‘Hoor ik nou Alessia schreeuwen?’ ‘Nee, ik geloof van niet’, antwoordde Sam. Toen hoorde ik het weer. En Sam ook. We keken elkaar aan en renden naar buiten, op het geschreeuw af. En daar lag ze. Kleine Joolz. Met allemaal mensen om haar heen. Joolz was buiten bewustzijn en Alessia was compleet overstuur.’

Weigerde los te laten

‘Gelukkig kwam Joolz vrij snel bij. Iedereen riep dat ze moest blijven liggen, maar dat kreeg ik met geen mogelijkheid voor elkaar. Joolz wilde per se overeind komen. Ze wilde zich omdraaien zodat ik haar kon vastpakken. Ik kon haar niet tegenhouden. Toen ik haar vast had, zag ik dat haar oog dik was en er een blauw/paarse bult op zat. Ze schreeuwde. Toen begon ze over te geven. De politie was inmiddels gearriveerd. Kort daarna kwam ook de ambulance. Joolz weigerde mij los te laten en omdat het ambulancepersoneel haar op die manier onmogelijk kon onderzoeken, besloten ze dat onderzoek pas in het ziekenhuis te doen.’

‘Ineens stopte ze. Met overgeven, maar ook met ademen. Ze was helemaal weg. Sam en ik werden meteen de kamer uitgesleurd’

‘In het ziekenhuis in Sittard aangekomen, was Joolz de hele tijd goed bij. Ze huilde even toen het infuus werd ingebracht, maar was verder vrij rustig. Ze kreeg een MRI-scan en eenmaal in het scanapparaat viel ze in slaap. Het viel me op dat ze glazig uit haar ogen keek. Ik vroeg aan de artsen of dat niet erg was. Zij zeiden dat ze natuurlijk heel moe was, dus dat het logisch was dat ze in slaap viel. Daarna bekeken ze haar torso via een echo. Ze had geen inwendige bloedingen, het zag er goed uit. Joolz keek me aan, maar ik zag dat ik geen contact met haar had. Ik zei: ‘Het gaat niet goed, ik zie het in haar ogen.’ Weer wuifden de artsen het weg: ‘Welnee, er is niks aan de hand.’ En meteen ging Joolz overgeven. En toen, ineens, stopte ze. Met overgeven, maar ook met ademen. Ze was helemaal weg. Sam en ik werden meteen de kamer uitgesleurd. Op dat moment dacht ik: dit kan niet, ik ga nu niet mijn dochter verliezen. Dat klopt niet! Het was heel onwerkelijk.’

Opletten

‘Dat machteloze gevoel had natuurlijk ook te maken met het schuldgevoel dat opspeelde. We hadden het idee dat we altijd zó goed opletten. Hoe kan dit ons nou in godsnaam gebeuren? Alessia heeft een keuze gemaakt, maar zij kon er ook niks aan doen. Zij is pas elf. Wíj hadden moeten opletten. Wij hadden moeten kunnen inschatten dat ze ook ineens naar de overkant had kunnen gaan, ook al hadden we gezegd dat niet te doen.
We mochten de kamer weer op en hoorden daar dat Joolz zo snel mogelijk naar het Academisch Ziekenhuis Maastricht moest, omdat daar een speciale Intensive Care-afdeling voor kinderen is. Ik ging mee in de ambulance, Sam liet zich ophalen en pakte thuis meteen de auto om naar Maastricht te gaan. De ambulanceverpleegkundige waarschuwde me nog dat Joolz er echt ernstig aan toe was.’

‘Een kneuzing in haar longen was de reden geweest dat ze was gestopt met ademen’

‘In het AZM kwam ook Joolz’ vader langs. Onze relatie was een aantal maanden daarvoor verbroken. Ik was in zijn ogen de schuldige, onverantwoorde moeder. Toen hij bij Joolz was, zat ik verslagen in de wachtkamer. Niet lang daarna kwam mijn moeder binnen en toen brak ik. Ik was op.
Joolz bleek een zware kneuzing in haar longen te hebben en eentje in haar lever. Die longkneuzing was de reden geweest dat ze was gestopt met ademen. Verder had ze twee breuken in haar schedel tot achter de oogkas, daarom waren haar hersens gaan zwellen. Omdat ze in slaap werd gehouden, konden de artsen nog niet zeggen wat de eventuele neurologische schade zou zijn…’

Kokhalzen

‘Joolz lag aan allemaal slangen. Een heftig beeld. Ik mocht 24/7 bij haar blijven en dus ook daar slapen. Na twee dagen werd ze elke keer wakker en verzette zich dan tegen de beademing. Door die tube kon ze niet huilen, niet praten en geen geluid maken, dus je hoorde haar kokhalzen en ze kreeg spiertrekkingen. Verschrikkelijk om te horen en zien, maar verder deed ze het goed. De arts besloot op een gegeven moment dat de tube eruit kon. Hij zag aan haar dat ze echt zelf wilde ademen. Haar tube was er nét uit toen ze zei: ‘Mama, mijn haasje’, doelend op haar knuffel. Ik gaf haasje en ze viel als een blok in slaap. Ze ademde zelf. Als een wonder. De artsen stonden perplex en zeiden: ‘Dit kan niet.’ Maar ze deed het. We stonden erbij en keken ernaar. Dat was drie dagen na het ongeluk.’

‘De dag dat Joolz uit bed mocht, liep ze wat raar met één been. Ik stortte in. Laat haar er alsjeblieft niets aan overhouden!’

Antonella en Joolz samen in een groot ziekenhuisbed.

‘Die avond wilde ze graag bij mij in bed liggen. Ik kan me goed zó goed herinneren dat ze toen zei: ‘Ik heb zo’n pijn mama. Neem alsjeblieft de pijn van me weg.’ Een kind van 2,5 hè! Dat ging echt door merg en been. Dinsdag mochten we – na een reeks scans die allemaal goed waren – terug naar Sittard. Vanaf dat moment knapte ze alleen maar op. De eerste keer dat Joolz uit bed mocht, liep ze wat raar met één been. Ik stortte helemaal in. Laat haar er alsjeblieft niets aan overhouden! Ik sprak mijn zorgen uit tegen de artsen, maar zij zeiden dat het waarschijnlijk kwam doordat haar ene oogje nog dichtzat. Haar oogje ging steeds meer open en inderdaad, na een paar dagen liep ze weer normaal over de afdeling. Op het laatst rende ze zelfs.’

Brief ondertekenen

‘Zaterdags, precies een week na het ongeluk, mochten we naar huis. We kregen de dringende boodschap dat haar hersentjes echt nog aan het herstellen waren. Moesten zelfs een brief ondertekenen waarin stond dat Joolz zes weken lang nergens heen mocht en geen bezoek mocht ontvangen. Alleen bij hoge uitzondering de opa’s en oma’s. Best pittig, want Joolz was inmiddels weer zichzelf: vrolijk, wild en pittig. Ze wilde erop uit, maar mocht niet eens naar de speeltuin bij ons achter, want met springen en klimmen zou er ook druk op de hersentjes komen te staan.’

‘Zij weten: als die tikker afgaat, mogen we oversteken. Dus zelfs als ik erbij was geweest, was Joolz waarschijnlijk voor me uitgerend, zoals ze altijd doet’

Sam met Joolz

‘De week in het ziekenhuis voelde voor mij als een maand. Ik deed alles op de automatische piloot. Mede dankzij mijn vriend Sam heb ik het gered: hij pendelde heen en weer tussen de ziekenhuizen, tussen ziekenhuis en thuis en zorgde dat alles thuis op rolletjes verliep. En dat Alessia de aandacht kreeg die ze verdiende, want ook zij voelde zich in het begin heel schuldig. Hij heeft haar uitgelegd dat het niet haar schuld was.
Als er iets is gebeurd met een kind van 2,5 terwijl de ouders er niet bij waren, gaan bij alle instanties meteen de alarmbellen af. Logisch. Je denkt dan toch snel aan onverantwoorde ouders. Maar gelukkig ziet iedereen in dat wij dat totaal niet zijn. Artsen, vrienden en bekenden zeggen ook: ‘Het was een ongeluk, dat kan gebeuren. Het heet niet voor niets ‘een ongeluk’.’ Wij steken samen met onze kinderen drie keer per dag bij dat stoplicht over. Zij weten: als die tikker afgaat, mogen we oversteken. Dus zelfs als ik erbij was geweest, was Joolz waarschijnlijk voor me uitgerend, zoals ze altijd doet.’

Niet jouw schuld

‘Wat ik tegen andere ouders wil zeggen, is dat een ongeluk echt in een klein hoekje zit. Negen van de tien keer gaat het goed, maar die ene keer gaat het fout. Vaak denk je: dat gebeurt me niet. Maar één onoplettend momentje en het overkomt jou ook. Ook al let je áltijd op. Iemand anders kan door rood rijden en dan is het niet jouw schuld, maar is het je wel overkomen.

Joolz is de lolbroek van het gezin.

Ik ben erg veranderd na het ongeluk. Ik was altijd vrij hard. Als Alessia of Joolz zich had gestoten, zei ik: ‘Joh, dat gaat wel over. Het is maar een bult.’ Ik had de instelling: daar leren ze van. Als Joolz zich nu pijn doet of ongelukkig valt – en dat doet onze brokkenpiloot nogal eens – dan moet ik bijna overgeven, zó erg vind ik het. Volgens mijn psycholoog is dat een normale, natuurlijke reactie. Het zal moeten slijten. En dat denk ik ook, ik ben gewoon ontzettend dankbaar dat Joolz (3) nog bij ons is. Ook zo bijzonder – dat vinden de artsen ook -: ze heeft er helemaal niets aan overgehouden. Ze ligt voor met alles, praat als kind van vijf, zingt en danst de hele dag. Ze is de lolbroek van het gezin.’

Heb jij ook iets soortgelijks meegemaakt met je kind? Praat mee op Facebook.

Gelukkig overleefde Joolz het ongeluk. In het geval van Remy (3) liep het helaas niet goed af. En toch zien zijn ouders een ‘zilveren rand om de donkere wolken’.>

Dit ontroerende verhaal is getipt aan de redactie. Heb jij ook een verhaal dat verteld móét worden? Laat het ons weten via dit formulier.

Meer leuke content? Like ons op Facebook