What’s up met die oranje borden, mensen?

Maaike onderzoekt het

Thuis

Zo vaak vragen mensen zich af wat je voor vluchtelingen kunt doen. Soms is het antwoord op die vraag simpeler dan je je kunt voorstellen. Gewoon er zíjn. Dat idee zorgde voor een heel bijzonder initiatief.

Het is al best laat, ik wil eigenlijk mijn trein halen op Amsterdam Centraal, als ik hem zie staan. Een jongen met een oranje bord in zijn handen en een vriendelijke glimlach. Hij speurt het perron af. Op het bord staat ‘Refugees Welcome’, in verschillende talen.


Noémie staat elke avond op Amsterdam CS.

Slapen in de kou

Als ik wat beter kijk, zie ik dat hij niet in zijn eentje is. Ik zie een zwangere vrouw, een meisje met prachtige krullen, een iets oudere dame, een aantal vrij jonge jongens en meiden… Verschillende voorbijgangers zie ik kijken. Ik kan mijn nieuwsgierigheid niet langer bedwingen. ‘Wat doen jullie?’ vraag ik aan de jongen die ik als eerste ‘spotte’. Hij stelt zich voor: Sezer (spreek uit: Seezèr). Sezer legt me uit dat ze vluchtelingen verwelkomen. Letterlijk. Gedurende de dag helpt de politie vluchtelingen op weg door het verstrekken van algemene informatie, over hoe zij naar Ter Apel moeten komen (waar het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers is). Maar na acht uur ’s avonds is het onmogelijk om nog naar Ter Apel te gaan met het openbaar vervoer. Sezer: ‘Een paar weken geleden sliepen mensen daardoor ‘s nachts op het Centraal Station Amsterdam. In de kou.’


Sezer vindt het niet meer dan normaal dat je dit voor een ander mens doet.

Hulpeloos rondzwerven

De gemeente Amsterdam heeft nu geregeld dat er een veilige noodslaapplek is voor deze mensen, dichtbij het Centraal Station. Maar de meesten weten dit niet en zwerven daardoor ‘s nachts dus maar hulpeloos rond op het station of in de buurt, terwijl ze gewoon binnen, onder een dak kunnen slapen. Sezer: ‘Wij verwelkomen nu puur op vrijwillige basis de vluchtelingen, geven ze wat liefde, wat aandacht, een simkaart zodat zij hun familie kunnen bellen, thee of koffie, wat te eten en waar nodig wat warme kleren en dekens. Nadat ze een beetje zijn uitgerust, brengen wij ze naar de slaapplek, zodat ze in ieder geval veilig onderdak hebben voor de nacht. De volgende ochtend vertrekken ze naar Ter Apel.’


Een heel kleine selectie van de vrijwilligers, Sezer, Hanae en Hazel.

Alle rangen, standen, leeftijden en religies

Het initiatief is gestart door mensen die zich, onafhankelijk maar tegelijkertijd, meldden voor het politiekantoor op Amsterdam CS toen ze hadden gehoord van het ‘rondzwerven’. Ze wilden helpen. Uiteindelijk startten ze samen Refugees Welcome Amsterdam. Sezer, check-in agent op Schiphol, hoorde via een vriendin van het vrijwilligersinitiatief. Elke dag om 17.45u verzamelt zich een groep (telkens wisselend van samenstelling, wie kan die komt, ze werken in verschillende shifts per avond) op het station. De vrijwilligers staan zeven dagen per week vanaf 18 uur op de perrons waar de internationale treinen met vluchtelingen aankomen. Ook staan er in de centrale hal vrijwilligers, tot de laatste internationale trein is gearriveerd (meestal 00:04u, als er geen vertraging is). De groep waarmee ik praat gaat van perron naar perron. Dit keer geen vluchtelingen. Straks de volgende trein. Ik raak met verschillende vrijwilligers in gesprek. Het blijken advocaten, wetenschappers, bakkers, daklozen, studenten, aanstaande moeders, gepensioneerden, twintigjarigen, dertigers, zeventigjarigen, a-theïsten, christenen, moslims, enzovoort, enzovoort, echt álles door elkaar…


Warme kleding en dekens voor de vluchtelingen.

Waar zijn je ouders?

De mensen van Refugees Welcome Amsterdam wachten de vluchtelingen met de oranje borden op (de vluchtelingen melden zich vaak vanzelf, omdat ze deze borden zien) en brengen hen naar een hoek van het station dat ingericht is als tijdelijk ‘rustplekje’. Ik besluit met de groep mee te lopen naar dit rustplekje, in afwachting van de volgende trein. Ik zie stapels kleren liggen, een berg knuffels, eten, jassen, dekens, warme thee… De vluchtelingen die aankomen op Amsterdam Centraal zijn vaak in erbarmelijke omstandigheden hiernaartoe gevlucht. Sezer: ‘Hier komen mensen aan, soms zelfs in slippers, die dagen en soms weken onderweg zijn geweest. Laatst sprak ik een veertienjarige jongen die was gevlucht uit Syrië. ‘Waar zijn je ouders?’ vroeg ik. Hij wist het niet. En een jongen van mijn eigen leeftijd heeft tijdens zijn hele vlucht van maar liefst tien dagen alleen een dunne trui aangehad. Dat is vreselijk.’


Een stapel knuffels voor gevluchte kinderen.

Speciale Facebook groep

Elke dag zetten de vrijwilligers van Refugees Welcome Amsterdam op hun Facebook pagina wat ze die dag nodig hebben. Ze vragen aan de mensen die wat willen brengen, of die dit van te voren kunnen aangeven. Zo blijft het georganiseerd. Er wordt vrij gegeven, daar zijn ze erg blij mee. Als ik Sezer vraag waarom hij dit eigenlijk doet, trekt hij zijn wenkbrauwen op. ‘Als ik moet kiezen tussen thuis op de bank liggen of uitgaan en mensen helpen op zo’n zwaar moment, dan is die keuze toch snel gemaakt?’ Hij is ervan overtuigd dat dit een belangrijk punt in de geschiedenis gaat worden. Een moment waarop je het verschil kunt maken. Sezer: ‘Ik geloof in medemenselijkheid. Het maakt niet uit wie je bent, welk geloof of welke achtergrond je hebt. Wij doen dit allemaal omdat we mensen zijn die andere mensen willen helpen.’


Sezer wacht op vluchtelingen die met de internationale trein aankomen op Amsterdam CS.

Vroeger zélf gevlucht

Op het ‘rustplekje’ is het druk. Ongeveer vijftien mensen, allemaal even open en vriendelijk, zijn bezig zich voor te bereiden op de volgende trein die komt. Er wordt druk omhelst door vrijwilligers die elkaar al kennen en mensen die voor het eerst meedoen, stellen zich voor. Noémie, ook vrijwilliger, legt uit dat sommigen niet uit Amsterdam komen, maar speciaal met de trein hiernaartoe reizen om te helpen. Daarnaast vertelt ze dat er ook een aantal mensen is dat vroeger zélf is gevlucht en nu ook elke avond meehelpt op het station.


Hazel helpt, ook al is ze hoogzwanger.

Blijvende hulp is hard nodig

Hazel, duidelijk erg zwanger, gaat even zitten. Noémie: ‘Ze wilde eerder ook al van alles tillen, maar dat hebben we haar verboden. Ze moet ook wel aan zichzelf denken.’ Hazel zucht tegensputterend. ‘Is dit je eerste kind?’ vraag ik. Nee, haar vierde. Hazel: ‘Niks doen vind ik geen optie.’ Noémie knikt en vertelt dat zij zelf een paar dagen terug was uit Mexico, toen ze iemand met een oranje shirtje zag en brutaal vroeg wat die persoon aan het doen was. Noémie: ‘Sindsdien ben ik hier bijna elke avond. Overdag schrijf ik mijn master-thesis en geef ik wiskundebijles en in de avond ben ik zoveel mogelijk hier. Spullen krijgen we veel aangeboden, maar het is minstens zo belangrijk dat er mensen zijn om de vluchtelingen op te vangen als ze aankomen met de trein in een voor hen volstrekt vreemd land. We merken dat in de eerste weken na de start van de vluchtelingencrisis er veel mensen mee wilden doen, maar ook nu, nu het al een tijdje gaande is, blíjft het nodig. Hoe meer vrijwilligers hoe fijner we het vinden Het enige wat je hoeft te doen is er zíjn.’


Noémie blaast bellen met een jongetje dat is gevlucht uit Eritrea. Even kan hij weer kind zijn.

We zijn allemaal hetzelfde

Om bijna drie uur ’s nachts krijg ik een WhatsApp van Noémie, die ik mijn nummer heb gegeven. Een foto waarop ze bellen blaast met een jong Eritrees vluchtelingetje. Nét nadat ik uiteindelijk echt wel moest vertrekken, kwam dit jongetje aan. ‘Eindelijk kon hij even gewoon kind zijn, terwijl zijn mama aan het uitrusten was’, stuurt ze. Op de foto zie ik haar toegewijde blik. In de tijd dat ik met de groep van Refugees Welcome Amsterdam optrok, merkte ik dat er een ding is wat ze gemeen hebben, ondanks alle verschillen. Ze zijn niet bezig met zichzelf. Ze zien het grotere geheel van onze wereld. Zij laten volgens mij zien wat de essentie is van het menszijn: dat je je realiseert dat we allemaal hetzelfde zijn. Dat naastenliefde verschillen overstijgt. Dat je er voor een ander mens kunt zijn. Nadat ik die avond afscheid had genomen van deze bijzondere (of eigenlijk zou het heel gewoon moeten zijn) groep mensen, krijg ik onwillekeurig een liedje in mijn hoofd van Burt Bacharach/Hal David: ‘What the world needs now, is love, sweet love. It’s the only thing, there’s just too little of…‘ Deze mensen hebben dat liedje helemaal begrepen.


De volledige groep van vanavond.

Wil je ook vluchtelingen verwelkomen of iets doneren aan Refugees Welcome Amsterdam? Op naar hun Facebookpage vind je meer informatie.

Meer leuke content? Like ons op Facebook