Zo ervaart je kind het hebben van vriendjes en vriendinnetjes: in 5 fasen

Kids

Als je terugdenkt aan de vriendjes en vriendinnetjes die je had op de peuterschool. Ging je dan op dezelfde manier met ze om als met je vrienden in groep acht? Waarschijnlijk niet. In beide gevallen had je misschien wel lol samen, maar het begrip van vriendschap verandert als je ouder wordt.

Hoe we dit weten?

Psycholoog Robert Selman hield interviews met kinderen van verschillende leeftijden en maakte op basis daarvan een kader, zodat je kunt zien hoe de vriendschappen van kinderen zich ontwikkelen. Er zijn vijf levels.

Level 1: 3 tot 6 jaar

Kinderen in dit stadium zien vriendjes vooral als speelkameraadjes van korte duur, en het draait vooral om het maken van lol. Wie hun vriendjes zijn? Kinderen die gemakkelijk in de buurt zijn en dezelfde dingen doen als zij. Dit kunnen dus broertjes of zusjes zijn, maar ook kinderen op de peuterschool.

Kinderen zien een vriend als iemand die leuke dingen voor ze doet

In deze fase zijn kinderen nog niet echt in staat om het perspectief van anderen te zien. Ze gaan er eerder vanuit dat andere kinderen denken op dezelfde manier als zij. Wat ze wél hebben is een voorkeur voor sommige kinderen. Al zijn ze nog niet zo betrouwbaar als vriend of vriendin, zegt Selman. Een driejarige kan prima iets zeggen als ‘vandaag heb ik geen zin om met je te spelen’.

Level 2: 5 tot 9 jaar

Kinderen in dit stadium begrijpen dat de vriendschap verder gaat dan alleen het spelen met elkaar als hun pet er naar staat of op plekken, zoals de naschoolse playdate. Maar, zegt Selman, ze denken nog steeds erg pragmatisch. Een vriendje of vriendinnetje omschrijven ze als ‘iemand die leuke dingen voor ze doet’, zoals het delen van een traktatie of een plekje bezet houden in de bus. Over wat zij zelf bijdragen aan de vriendschap denken ze volgens Selman nog niet echt na.

Ook zegt hij dat kinderen in dit stadium vriendschappen soms proberen te gebruiken als ruilmiddel. Uitspraken als ‘wanneer je dit doet, dan zal ik je vriend zijn’ of ‘ik ben niet langer je vriend als je dat doet’ zijn super normaal.

Level 3: 7 tot 12 jaar

Eerlijkheid en wederkerigheid zijn in dit stadium belangrijk voor kinderen, maar ze zijn ze hier volgens Selman vrij stellig in. Wat hij hiermee bedoelt is dat als kinderen iets leuks doen voor een vriend of vriendin, ze het ook (op korte termijn) terug verwachten. En geef ze eens ongelijk 😉

Tieners geven echt om elkaars geluk

Kinderen hebben in dit stadium ook vaak ‘geheime clubs’. Ze verzinnen ingewikkelde regels (inclusief codetaal natuurlijk), en er wordt flink gediscussieerd over wie er wel of niet lid mag worden van de club. Sta je hier als ouder niet helemaal achter? Geen zorgen. Die clubjes zijn volgens Selman maar van korte duur.

Level 4: 8 tot 15 jaar

In dit stadium beginnen vriendschappen serieuzere vormen aan te nemen. Kinderen (of inmiddels tieners) helpen elkaar met het oplossen van problemen, en spreken tegen elkaar gedachten en gevoelens toe die ze niet met anderen delen. Ze weten hoe ze tot een compromis kunnen komen en doen aardige dingen voor elkaar, zonder een soort scorebord bij te houden. Dit omdat ze echt geven om elkaars geluk, zegt Selman.

Level 5: 12 jaar en ouder

In dit laatste stadium hechten tieners veel waarde aan vriendin in de buurt op een emotionele manier. Ze accepteren én waarderen de verschillen tussen zichzelf en hun vrienden. Ook zijn ze volgens Selman niet zo bezitterig meer als kleine kinderen kunnen zijn, waardoor ze zich minder bedreigd voelen als hun vrienden ook andere relaties hebben. De nadruk ligt in dit stadium op vertrouwen en steun. En dat is een mooie basis voor een hechte vriendschap, ja toch?

Psychology Today