Deze gedachten houden ons ‘s nachts wakker

Waar denk jij aan?

Persoonlijk

Je bent doodop. Ongegeneerd gapen doe je al de hele dag en je hebt besloten dat je vanavond vroeg naar bed gaat. Insomnia, dat is wat je vannacht is overkomen. Stiekem ben je bang dat dit de komende nacht weer het geval is. Want al die hersenspinsels houden je wakker.

Ongeveer 30% van de mensen kampt regelmatig met slaapproblemen. Vaak gaat dit gepaard met stress of een heftige gebeurtenis. Maar we kunnen ook gewoon liggen malen over gisteren, vandaag of morgen. Er zijn bepaalde technieken om in slaap te vallen, zoals elk lichaamsdeel van boven naar beneden afgaan en langzaam ontspannen. Alleen soms zijn de gedachten sterker dan de wil om te gaan slapen. Wat houdt jou wakker ‘s nachts?

1. Waarom kan ik niet slapen?
2. Heb ik de voordeur op slot gedaan?
3. Zijn de kaarsen uit beneden?
4. Hoor ik m’n dochter/zoon nou?
5. Waarom snurkt ‘ie in vredesnaam?
6. Even kijken, als ik nu in slaap val dan heb ik vannacht 5 uur en 43 minuten geslapen
7. Wat moet ik aan morgen?
8. Het is tijd voor nieuwe kleren, ik heb echt niets meer.
9. Shit, het is sportdag morgen! Ik moet de gymtassen nog inpakken.
10.Wat zullen we morgen eten?

11. Wat hoorde ik nou? Een inbreker?
12. Nee, een kat. Waarom maakt’ ie om 01.00uur ‘s nachts geluid? Kan iemand mij dat vertellen?
13. Waarom zit er een kinderliedje in m’n hoofd? Hoe krijg je eigenlijk een lied in je hoofd? En hoe krijg je zoiets eruit?
14. Echt goed van d’r, dat ze vandaag een 8 voor dat proefwerk had.
15. Wel jammer van die 5, zou ‘m iets dwarszitten?
16. Zou ‘ie gepest worden?
17. Zou ik zwanger zijn? Waarom heb ik dan zo’n kramp? Oh, word ik straks ook nog ongesteld. Fijn.
18. Ik haat m’n baas. Die discussie vanmiddag was echt niet oké.
19. Wat moet ik met m’n leven? Zou ik solliciteren? Wat wil ik eigenlijk worden?
20. Ik moet plassen, maar ik heb geen zin.
21. Oh nee, morgen is die deadline! Zou ik nu opstaan? Nee, ik sta wel vroeger op. Wow, dan heb ik maar 4 uur en 32 minuten slaap.
22. Binnen hoeveel minuten zou ik in slaap vallen eigenlijk?
23. Ik durf eigenlijk de gang niet op. Waarom is ‘s nachts alles zo eng?
24. Ik heb koude voeten.
25. Pff, wat is het warm.
26. Nou, morgen wordt weer een productieve dag met een paar uur slaap.
27. Wat nou, als een van ons ziek wordt? Dat gebeurt toch niet?
28. Ik kan nu wel even snel m’n mail checken, dan kom ik morgen niet voor verrassingen te staan.
29. Morgen komt de schoolfotograaf. Wat moeten ze aan?
30. Wat zal het stil zijn in huis, als ze het huis uit zijn.

31. Waarom is ‘ie nog steeds niet thuis? Hij zei dat de borrel om 23.00uur was afgelopen.
32. Had ik nou m’n wekker gezet? Even kijken. Zo laat al?!
33. Ik kan ook m’n kussen omdraaien, misschien val ik dan in slaap.
34. Zou ‘ie haar vermoorden in de volgende aflevering? Neh… Of nou ja, het kan wel.
35. Een sirene, hij zou toch niet van z’n fiets gereden zijn?
36. Ik ben het er trouwens echt niet mee eens wat vriendin X in die WhatsApp-groep zei. Het was ook best gemeen als ik er zo over nadenk. Sterker nog, ik vind het ronduit brutaal. Ik ga het morgen tegen d’r zeggen. Grom.
37. Dan draai ik me wel weer om, van buik naar rug, naar zij, net of ik niets beters te doen heb.
38. Morgen ga ik echt sporten. En gezond eten. Wat zal ik eens gaan ontbijten?
39. Ik kan havermout eten, of een gekookt ei. En dan een stuk fruit. Maar ergens las ik dat eiwitten en koolhydraten samen geen goed idee is. Dus dan alleen een ei? Of twee?
40. Ik moet m’n moeder nog even bellen of de kinderen zaterdagavond bij haar kunnen slapen. Zou ze dat willen? Waarom niet? Misschien heeft ze zelf een feestje. Maar, waar moeten de kinderen dan slapen? Of moeten we dan niet naar die verjaardag? Nee, dan wordt ze boos als we niet komen. Waarom moet ze eigenlijk overal een probleem van maken? Echt irritant.

41. Waarom maak ik me ‘s nachts eigenlijk altijd drukken dan overdag? Morgenochtend vraag ik me af waarom ik me zo kwaad maakte vannacht.
42. En waarom ik maar 3 uur heb geslapen.
43. En dat, als m’n wekker gaat, ik alleen maar wil huilen.
44. Ah, ik hoor een sleutel in het slot. Hij is thuis. Zou ‘ie te veel gedronken hebben?
45. Ik haat een alcoholadem. Ik doe net alsof ik slaap.
46. Straks maakt ‘ie de kinderen wakker.
47. Het is pas dinsdag.
48. In deze verloren tijd, had ik best nog even wat werk kunnen doen. Of die lamp kunnen ophangen. Of de was uit de wasmachine kunnen halen.
49. Oh die was! Dat gaat stinken. Kan ik ‘m morgen nog een keer draaien. Heb ik daar tijd voor? Laat ik dat dan gelijk doen als ik wakker word. Niet vergeten. Als ik morgenochtend wakker word, ben ik dit niet vergeten.
50. GA SLAPEN!

Meer leuke content? Like ons op Facebook