Redactie
Redactie Persoonlijk 1 jun 2019

Loes was zwanger met Diabetes type 1: ‘Ik durfde pas na 20 weken spulletjes te kopen’

Zwanger worden is voor mensen met Diabetes type 1 een heftig proces waarin van alles gemonitord moet worden. Loes (35) weet daar alles van. Haar zwangerschappen waren intensief en ze beviel van twee grote zoontjes, waarvan er één bijna het gewicht van zes kilo haalde. Een ware attractie voor het ziekenhuis personeel.

Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte. Als je diabetes hebt, maakt je lichaam zelf geen insuline meer aan, of reageert het niet meer op insuline. Dit stofje regelt je bloedsuiker, dus zonder insuline kunt je niet leven. Als patiënt met Diabetes type 1 moet je elke dag je bloedsuiker meten, insuline spuiten of een pompje dragen. Alles wat je eet moet je met de hoeveelheid insuline die je daarbij nodig hebt afstemmen. Een tijdrovend proces dus en zeker tijdens je zwangerschap een intensieve bezigheid.

Diabetes type 1

Loes: ‘Vanaf mijn 20e weet ik dat ik Diabetes type 1 heb. Heel lang heb ik geroepen nooit zwanger te willen worden, omdat ik bang was voor het heftige proces en het effect daarvan op mijn kinderen. Op die manier heb ik de gedachte heel lang voor mij uitgeschoven, maar rond mijn 30e begon het toch te kriebelen. Als je deze ziekte hebt, kun je niet zomaar zwanger worden. Je bloedsuiker moet onder een bepaalde waarde zitten en stabiel zijn. Een romantisch proces van zwanger worden is het dus niet, want je moet wachten tot de internist je groen licht geeft en dan kun je het pas gaan proberen.’

Miskramen

‘Het duurde maanden voordat mijn waardes eindelijk goed waren, maar op een gegeven moment kregen we dan eindelijk dat groene licht van het ziekenhuis. Vervolgens heb ik helaas twee miskramen gehad. Ze kunnen daarvan niet zeggen dat dit door mijn ziekte is gekomen, maar het risico op een miskraam is bij deze ziekte wel groter. Het was een zeer heftige ervaring, maar gelukkig ging het de derde keer goed en kon ik aan een nieuw hoofdstuk in mijn leven met Diabetes beginnen.’

Stress en onzekerheid

‘Ik was heel blij dat ik zwanger was en tegelijkertijd vond ik het doodeng. Als mijn waardes niet goed waren, was ik eerst altijd de enige die daar last van had. Nu zat er een baby in mijn buik en kan dat gevolgen voor zijn ontwikkeling hebben. Omdat je niet precies weet welke gevolgen dat zullen zijn en wanneer deze kunnen optreden, bracht dat heel veel onzekerheid en stress met zich mee. Door die onzekerheid durfde ik pas na 20 weken spulletjes voor hem te kopen. Ik liep van controle naar controle en was constant gefocust op mijn ziekte. Het was ontzettend hard werken: tijdens mijn eerste zwangerschap ben ik in totaal wel 34 keer op controle geweest.’

Zware baby

‘Na het eerste trimester begon ik uit te kijken naar het einde van de zwangerschap. Het is bekend dat je met Diabetes type 1 kans hebt op zwaardere kindjes. Dat bleek ook zo te zijn: met 34 weken was hij al een volgroeide baby qua gewicht. Hij kon op de echo niet meer gewogen worden, omdat zijn gewicht al buiten de groeicurves viel. Toen kwamen de zorgen over de bevalling op. Ik had geen flauw idee of het mij wel ging lukken om te bevallen van zo’n groot kind. De artsen hamerden er op dat ik gewoon op de natuurlijke weg kon bevallen. Met 38,5 week werd ik ingeleid en kon de bevalling beginnen.’

Keizersnede

‘Na 30 uur bleef de ontsluiting hangen en werd de baby toch met een keizersnede gehaald. Ik hoorde de arts nog zeggen: ‘dit had nóóit gepast!’. Met mijn tweede kindje was het hetzelfde verhaal. Met 37 weken werd hij ook door middel van een keizersnede gehaald, omdat hij toen al de 5,7 kilo had bereikt. Als hij langer was blijven zitten, was hij ruim de 6 kilo overgegaan. Ik heb door mijn ziekte standaard teveel suiker in mijn bloed, waardoor mijn baby kort gezegd heel goed te eten krijgt. Daarom groeien ze ontzettend hard.’

Extreem lage bloedsuiker

‘Dat ze zo hard gegroeid zijn brengt ook gevolgen met zich mee. Ze zijn allebei geboren met een extreem lage bloedsuiker. Dat komt doordat hun insulineproductie nog steeds heel erg hoog afgesteld staat, terwijl ze mijn te hoge bloedsuiker kwijt zijn na de geboorte. Gelukkig was dat na vier dagen weer volledig hersteld. Mijn ziekte wordt niet automatisch overgedragen aan mijn kinderen. Kindjes met een ouder met Diabetes type 1 hebben maar 1 tot 4 procent kans om de ziekte ook te krijgen.’

Depressie

‘Na de stressvolle zwangerschap en de geboorte van mijn eerste zoontje ben ik in een depressie beland. Het hele proces heeft zoveel impact op mij gehad dat ik niet goed kon genieten. Ik kon lastig met mijn zoontje alleen zijn en probeerde voortdurend afleiding te zoeken. Ik was radeloos en moest de hele dag door huilen. Dat andere mensen zoveel emoties hadden bij de liefde voor hun kindje kon ik maar amper begrijpen, want dat heb ik het eerste jaar niet kunnen voelen. Deze ervaring bracht angst met zich mee voor de tweede zwangerschap. Uiteindelijk durfde ik na mijn herstel en verwerking van de heftige tijd een tweede zwangerschap aan. Die zwangerschap verliep vervolgens veel rustiger, ondanks dat de baby weer erg zwaar was en met 37 weken gehaald moest worden.’

Moederschap

‘Mijn ziekte heeft in grote mate effect op het moederschap. Als je tijdens een hypo een jengelende peuter aan je been hebt hangen en een baby in je armen hebt liggen, is dat natuurlijk niet de meest ideale situatie. Ik zal altijd goed moeten letten op mijn waardes, maar dat brengt ook wel eens grappige situaties met zich mee. Iedere keer als mijn sensor aangeeft dat mijn bloedsuiker te laag is, betekent dat dat ik appelsap moet drinken om het weer op peil te krijgen. Ik heb met mijn zoontje afgesproken dat hij altijd het laatste slokje mag hebben. Zo’n hypo-moment wordt op deze manier dus eigenlijk een feestje voor hem. Ik ben dankbaar dat mijn kinderen gezond zijn en dat mijn gezin inmiddels compleet is, ondanks de Diabetes.’

Wil je meer weten over dit verhaal? Loes schreef onder andere het boek ‘Doe mij maar diabetes … en een baby’ (ISBN 9789492595089).

Reageer op artikel:
Loes was zwanger met Diabetes type 1: ‘Ik durfde pas na 20 weken spulletjes te kopen’
Sluiten