12 tips om de peuterpubertijd door te komen

Hallo 'Terrible Two’s'

Kids

Over twee weken wordt ze twee jaar. Twee jaar: dat staat voor nóg meer pret, meer communicatie, minder slapen (hoeft niet per se van mij), minder luiers en meer mening. Specifieker: meer gebruik van het woord ‘nee’. Uit te spreken als: ‘neeheeeeee’. Hallo ‘Terrible Two’s’, ik heb zo ontzettend niet naar jullie uitgekeken.

Vriendinnen met oudere kinderen waarschuwen me al een paar maanden, elke keer dat dochterlief semi-stellig haar hoofd schudde en iets pertinent niet wilde. ‘Bijna twee hè?’, glimlachten ze, en keken me meewarig aan. Klopt. Ik weet het nu al: ze worden in dit huis aardig terrible, die two’s.

Ik ben me driftig aan het inlezen en tips aan het zoeken hoe ik mijn allerliefste (bijna) tweejarige peuter pijnloos van overmatig gebruik van het woord ‘neen’ ontdoe, zonder daarbij haar zelfvertrouwen te schaden; blijvend lichamelijk letsel te berokkenen en/of er zelf aan onderdoor te gaan. Tot op heden ben ik tot het volgende rijtje tips and tricks gekomen.

1. Blijf consequent en duidelijk (lees: ‘nee is nee’)

Net zoals zij heel goed is in ‘nee’ zeggen, ben jij dat ook. Nee is nee, en dat blijft het ook, ongeacht of je (je kind, niet jij) op het hoofd gaat staan, het onderste blikje tomatenpuree uit de toren plukt, een pak vla over de cavia gooit of de cavia in de prullenbak gooit: het blijft nee. En echt, dat gaat af en toe heel lastig worden, maar je gooit alleen maar je eigen glazen in als je uiteindelijk toch ingeeft (inderdaad, er wordt heel wat afgegooid).

2. Benadruk het positieve

Geeft ze heel lief een stukje van haar mandarijn aan een ander kind in de speeltuin, of mag dat andere kindje even op haar step rondcrossen? ‘Wat lief van je schatje, goed gedaan!’ Dat is beduidend bevorderlijker dan inzoomen als ze iets niet zo leuks/aardigs/tolereerbaar doet, en dat continu benadrukken (‘zit je nu alweer met je eten te spelen, hou daar nou ein-de-lijk eens mee op!’).

3. Doe het zelluf maar

Het is belangrijk je kind de ruimte te geven dingen zelf te doen (‘neehee, ik zelluf doen’) en te laten ontdekken. Voor niet al te geduldige types als ik vergt dat best iets (tip: koop geen schoenen met veters), maar de tijd, ruimte én aanmoedigingen van ouders sterkt je kind enorm in haar zelfvertrouwen.

4. Geef ze verantwoordelijkheid

Voortbordurend op het vorige punt: door verantwoordelijkheid te krijgen groeit het zelfvertrouwen – en laat dat nou één van de kerningrediënten zijn om de scherpe randjes van de ‘terrible-ness’ af te halen. Natuurlijk met mate, maar een bord in de afwasmachine zetten, zelf kleding uitkiezen, meehelpen met boodschappen uitpakken: kleine dingen die, zeker met een aantal gemeende complimenten eromheen (zie #2), een wereld van verschil kunnen maken.

5. Zorg dat ze genoeg slapen

Bedenk even hoe je je voelt als jij te weinig slaap krijgt… niet bepaald gezellig(er). Dat werkt precies zo voor je kind, voor wie de wereld momenteel al indrukwekkend en ingewikkeld genoeg is – en dat dan op te weinig slaap. Geen goed idee. Houd een schema aan dat bij je kind past, waarin slaap een belangrijke en duidelijke rol speelt. Het maakt jullie beider leven een stuk makkelijker.

6. Bij een driftbui: let it go

Proberen een kind dat middenin een driftbui zit te kalmeren, is nagenoeg altijd onbegonnen werk. Het devies: let it go, lekker laten uitrazen. Uiteraard wel op een manier dat ‘ie zichzelf of z’n omgeving geen pijn doet, dat moge duidelijk zijn. Bij sommige kinderen werkt het wel om hem beet te pakken en ‘uit de bui te trekken’, maar de meeste kinderen worden er eigenlijk alleen maar bozer van.

7. No-go: door elkaar schudden

Wie denkt dat een kind kalmeert als je het door elkaar schudt: fout gedacht. Sterker: het kan zelfs gevaarlijk zijn. Zelf kwaad worden, proberen een gesprek te beginnen of (terug)schreeuwen: ook niet doen. In 9 van de 10 gevallen is het zinloos en maakt het de situatie op dat moment alleen maar erger.

8. No-go (continued): toch z’n zin geven

Zie #1. En al helemaal niet tijdens of na een driftbui: zodra ze ziet dat het werkt, gaat ze dit soort buien onherroepelijk inzetten om de volgende keer (weer) haar zin te krijgen.

9. Yes-go: na afloop troosten

Een kindje dat net een woede-uitbarsting gehad heeft is vaak moe en voelt zich op slag een tikkie reddeloos, machteloos. Als hij zich al niet uit zichzelf in je armen stort op zoek naar troost (wat vaak het geval is), bied dit dan uit jezelf aan – dat is namelijk meestal waar hij op dat moment de meeste behoefte aan heeft.

10. Negeren – niet per se leuk, soms wel nuttig(er)

Je hoeft niet altijd op alles te reageren, soms is doen of je iets niet hoort/ziet/ruikt een betere aanpak.

11. Geduld is de schoonste zaak

Had ik al gezegd dat ik zelf op dit punt ondergemiddeld slecht scoor? En toch is het van groot belang: geduld is feitelijk je enige wapen om met oeverloze discussies en dito (drift)buien om te gaan. Iets met tot tien tellen (in veertien talen), ademhalen via je buik totdat je er bij neervalt en – indien hulptroepen voorradig – even een blokje (of veertien) om.

12. Houd moed, het is slechts een fase

Het mooie van fases is dat ze ook weer voorbijgaan. Dit is de fase waarin je peuter grenzen verkent, een eigen wil krijgt en deze zoveel mogelijk wil doorduwen. Want dingen die niet gaan zoals hij leuk vindt, zijn per definitie niet leuk. Die koppigheid en driftbuien zijn daar puur een gevolg van. Kortom: je hoeft niet met je baby naar een psycholoog of je afvragen of er iets grondig mis is met
hem en/of je opvoeding: dit is normaal. Moraal van het verhaal: Houd. Moed.

NB. Laat je niet misleiden door de uitdrukking ‘Terrible two’s‘ – bij sommige exemplaren begint de peuterpubertijd al zo vroeg als 18 maanden. Voor de gelukkige ouders: enjoy!

En tot slot nog een laatste gezellige kanttekening: het is niet per definitie gezegd dat ze exact op de derde verjaardag van je peuter acuut stoppen. Sorry.

Dit zijn 21 dingen die peuters wel kunnen, maar jij niet! >

Meer leuke content? Like ons op Facebook