Redactie
Redactie Kids 7 jun 2019

‘Ik vind het fantastisch om mijn tiener met autisme op te voeden’

Het is vijf uur ‘s morgens en mijn zoon van 11, staat aan mijn bedrand. Hij probeert me wakker te schudden omdat hij me dolgraag wil laten weten wat hij gister geleerd heeft op school. En hij wil me ook een hoofdstuk voorlezen uit een boek dat hij aan het schrijven is.

‘Schatje, ik moet nog even wakker worden want ik ben echt heel moe’, zeg ik. Hij roept enthousiast dat dit heel belangrijk is en rent de kamer uit. Ik hoor hem wat rommelen. Hij praat tegen zichzelf en start zijn computer op. Ik loop naar de keuken en zie dat hij de vaatwasser al heeft uitgeruimd. Zenuwen en angstige gevoelens kunnen ontzettend heftig zijn voor kinderen met een autisme spectrum stoornis en kleine taken lokken die onrustigheid alleen maar meer uit. Dat hij de vaatwasser alvast heeft uitgeruimd is al een teken dat hij nu een dingetje minder heeft om zich druk over te maken.

Terwijl ik koffie zet, zie ik hoe hij haast stoom van het toetsenbord tikt. Hij is druk bezig met het schrijven van een verhaal, wat deels gebaseerd is op hoe anders hij zich voelt ten opzichte van leeftijdsgenoten. Hij leest een stukje aan me voor, waarin hij het gevoel beschrijft dat hij bang is om zichzelf te zijn en zichzelf te laten zien aan zijn klasgenoten.

Dit stukje dat hij aan me voorleest, doet me denken aan onze situatie jaren geleden. Aan de periode waarin ik begon te merken dat hij zich anders gedroeg. Het ging zo:

‘Bedankt dat je ons helpt. Je bent vast een goed mens, omdat je voor werk doet waarbij je mensen kunt helpen. Niet iedereen doet dat’, zei hij tegen de caissière bij de supermarkt. Ze vroeg hoe oud hij was. Hij was destijds drie. Geen enkele dokter had tot dan toe ook maar gedacht aan autisme. Mijn zoon kon dus al heel vroeg vrij goed praten. En hij wist zich op den duur bij iedereen geliefd te maken door zijn unieke kijk naar de wereld.

Het omslagpunt

Maar naarmate hij ouder werd, sloeg het om: zijn charme werd ingeruild voor ongemakkelijkheid. Toen hij naar de basisschool ging, begonnen de stemmingswisselingen en angsten te komen. Hij werd overgevoelig voor prikkels en vond het steeds moeilijker om op sociaal gebied mee te komen met anderen. Het hielp ook niet dat kinderen hem begonnen te pesten omdat hij ‘raar’ was. Hij had weinig vrienden. Bovendien wisten leraren ook lang niet altijd hoe ze moesten dealen met zijn onverwachte handgebaren, geknepen manier van praten en zijn onhandigheid in communicatie en sociale interactie.

Hij gleed steeds verder af. Ik heb nooit precies kunnen achterhalen wat er de oorzaak van was dat hij steeds meer dichtklapte. Het heeft jaren geduurd voordat we een diagnose hadden en daar zijn nog talloze gesprekken met school en een therapeut aan vooraf gegaan. Toen ik eenmaal wist wat er met mijn kind aan de hand was, voelde het als een mokerslag. Ik was er kapot van.

Schaamte

Als ik er nu aan terugdenk, schaam ik me ervoor dat ik me zo voelde tegenover mijn eigen kind. Ik was dus verdrietig om wat er met mijn kind aan de hand was. Het verdient geen schoonheidsprijs dat ik mijn eigen kind min of meer afwees toen ik voor het eerst echt wist wat hij precies had. Het had niet uit moeten maken dat hij autisme heeft, maar toch was ik er kapot van.

Het heeft achteraf gezien, veel te lang geduurd voordat ik mij erbij neer kon leggen en kon accepteren dat het niet draaide om mijn verwachtingen als ouder. Het draaide om zijn leven en zijn geluk. Ik moest het idee loslaten van hoe het ouderschap zogenaamd hoort te zijn. Ik moest er gewoon zijn voor mijn zoon en onvoorwaardelijk van hem houden.

Gelukkig veranderde mijn verdrietige gevoel al snel toen ik me realiseerde dat ik voor hem moest vechten. Ik moest hem steunen. Ik moest het voor hem opnemen op school en tegen de rest van de buitenwereld die autisme niet begrijpt of er negatief op reageert. Het zorgde voor mijn persoonlijke groei als moeder en als mens. Ik werd boos als leraren zeiden dat er van alles mis met hem was. Waarom legden ze nooit de focus op alles wat hij weél goed kon? Vanuit medisch en psychische hoek probeerden ze ook veel manieren te vinden om hem te helpen zich aan te passen aan ‘normale’ kinderen. Waarom gaf ik andere mensen überhaupt het recht om mijn kind (her) op te voeden?

LEES OOK: ‘Wat ik achteraf gezien anders had gedaan toen mijn dochter met autisme nog kind was’

Rustiger

We gingen thuis op zoek naar manieren om hem zo goed mogelijk te helpen. Hij bleek rustig en was een stuk productiever toen wij een aantal veranderingen doorvoerden. We drongen het aantal dingen die hem konden afleiden in huis terug. Daarnaast probeerde we overweldigende situaties zoveel mogelijk voor hem uit de weg te gaan. Hij begon LEGO dorpen te bouwen met zijn zusje. Hij hielp zijn vader steeds vaker met koken. En met mij maakte hij lange wandelingen waarin hij zijn toekomstdromen en plannen met me besprak. Uiteindelijk hebben we hem ook naar een andere school laten gaan, waar ze veel beter konden omgaan met zijn autisme. Na een jaar ging het al zoveel beter met hem. Hij haalde betere cijfers en voelde zich betrokken bij zijn vrienden. Hij had dat extra steuntje in de rug gewoon nodig.

LEES OOK: Kinderen met autisme herkennen de mimiek van mama, blijkt uit onderzoek

Acceptatie

Ik kan me nu nog maar moeilijk voorstellen dat ik in huilen uitbarstte toen de dokter voor het eerst het woordje ‘autisme’ in de mond nam. Maar het is wel de realiteit. Zo is het gegaan. Ik was een moeder die een schok te verduren kreeg en mijn hart was gebroken. Ik kon even niet denken aan zijn prachtige lokken, het grappige geluidje dat hij maakt wanneer hij in lachen uitbarst of de manier waarop hij mij altijd knuffelt voor het slapengaan en vragen stelt over ruimteschepen.

Hoe meer ik zijn eigen karakter leer kennen en hoe meer ik leer over autisme, hoe minder ik ook maar iets aan hem zou willen veranderen. Het is maar net hoe je het bekijkt: aan de ene kant heeft hij ernstige beperkingen en heeft hij absoluut extra hulp en zorg nodig. Aan de andere kant is hij bijzonder zelfstandig voor zijn leeftijd en een geweldige jongen. Een ding is zeker: hij is absoluut grappig, slim en een lieverd. Hij is de jongen waarvan ik moeder mag zijn, mag opvoeden en van mag houden.

Ik vind het fantastisch om mijn tiener met autisme op te voeden.

Reageer op artikel:
‘Ik vind het fantastisch om mijn tiener met autisme op te voeden’
Sluiten