Anoniem: ‘Ik heb het al die tijd geweten, maar ik wilde niet dat je ‘anders’ was’

Janne Vogel 22 mei 2018 Persoonlijk

Column: Anders

Ik staar naar het papier met letters op mijn schoot. Er staat: ‘Overdracht 1e klas 1980: Een volger. Werk keurig, nu vol blijven houden. Lijkt meer te kunnen dan ze laat zien. Verstopt zich achter anderen. Dromerig. Niet competitief. Trekt op dieren aan.’



Eten


Ik at slecht. Alles wat onbekend was, weigerde ik te proeven. Ik kokhalsde bij bepaalde structuren en smaken. Mijn ouders waren bezorgd en wilden dat ik ‘goed’ at. Uiteindelijk vond ik een manier om hen tevreden te stellen én om niet te hoeven eten. Dat had iets met een hond te maken en een raam op mijn kamer waar ik van alles uit kon gooien. Pas toen de druk eraf was, vele jaren later, kreeg ik voorzichtig zin om warm eten te gaan ontdekken. Nu ik volwassen ben kan ik zeggen dat ik op eigen wijze plezier heb gekregen in warm eten.

Overweldigend


Kleren die een beetje gedraaid om mijn lichaam zaten, moesten uit. Een labeltje in mijn nek of een haar te strak in mijn elastiek konden mij de hele dag afleiden. Ik liep het liefst op blote voeten. Afdrogen vond ik vervelend. De aanrakingen van anderen waren te ruw, niet helemaal af of te kriebelig. Het liefst viel ik in slaap onder een zwaar dekbed. Ik hield niet van mensen en drukte om me heen. Het was al snel overweldigend. Liever begaf ik mezelf tussen dieren.

Ik voelde ‘s ochtends wat de stemming van mijn moeder was, zonder dat ze het vertelde en paste mijn gedrag daarop aan. Soms nam ik denk ik haar gevoel een stukje over. ‘s Nachts was ik bang voor geesten en tot ver in mijn puberteit schoof ik regelmatig mijn matras naar de slaapkamer van mijn ouders. Ik kwam niet graag in beweging, het lukte ook niet zo goed. Schommelen, kermisattracties en duiken gaven mij wél energie, net als muziek met een harde beat. Vaak voelde ik me ongelukkig. Dat hield ik goed verborgen toen ik merkte dat mijn ouders zich zorgen begonnen te maken. Ik leerde me zo te gedragen dat ik niet opviel en had altijd een ‘sterke vriendin’ aan mijn zijde waar ik me achter kon verschuilen. Zij gaf mij kleur en met haar durfde ik wél de wereld in.



Ik zie jou


Ik zie jou. Ik zie hoe een haaltje aan je nagel je de hele dag bezig kan houden. Ik zie hoe je een hekel hebt aan vieze handen. Ik zie hoe je het liefst zachte kleding draagt. Ik zie hoe je schrikt van harde en onverwachte geluiden en zelf lawaai maakt om de geluiden van buiten te dempen. Ik zie hoe voorzichtig je bent in situaties waarbij je voeten los van de grond komen. Je vermijdt drukte en tegelijk maak je makkelijk contact met andere kinderen.

Ik zie dat je een manier hebt gevonden om wel mee te kunnen spelen, zonder in de drukte zelf terecht te komen, onopvallend. Ik zie hoe jij de regie in handen wil houden en daardoor soms dwingend overkomt. Ik zie hoe je van slag bent als dingen niet lopen zoals afgesproken en hoe moeilijk het voor je is dat er op school mensen zijn die bepalen wat jij moet doen. Ik zie hoe je veiligheid vindt bij je vaste vriendje. Ik zie hoe we jou geen plezier doen door naar de intocht van Sinterklaas te gaan. Te veel lawaai, te veel onverwachte aanrakingen, te onoverzichtelijk.

Ik zie hoe je gruwelt van korreltjes, draadjes en meer van die onverwachte structuren in je mond. Soms neem je tijdens het avondeten braaf, maar kokhalzend een hap zodat je wél dat toetje krijgt. Ik zie hoe je als je thuiskomt van school moet ontladen en explodeert bij het minste of geringste. Ik zie hoe je ‘s avonds moeilijk in slaap komt en je hoofd maar door blijft gaan. Ik zie hoe je moedig wél het zwembad instapt ondanks je angst. Ik zie hoe blij je wordt als je danst. Ik zie hoe je liever binnen speelt dan naar buiten gaat. Ik zie hoe jij ineenkrimpt als de juf boos wordt op een ander kind. Ik zie hoe je opgeeft als jij je potlood anders moet vasthouden omdat dat zo hoort en dat je geen plezier meer hebt in tekenen. Ik hoor je vragen waarom ik ‘zo’ kijk als ik denk dat ik voor jou kan verbergen dat ik me niet zo prettig voel.



Oplossing

Er was een periode dat ik jou niet zo goed zag. Ik maakte ruzie met je over het avondeten en vond dat je je niet zo aan moest stellen. Ik wilde dat je meer dingen durfde, net als de andere kinderen. Ik wilde niet horen dat jij je soms ongelukkig voelt en probeerde het op te lossen door je te vertellen wat er wél leuk aan jou is en stelde voor om nog eens een proefles scouting te doen. Ik wilde dat je meedeed en dezelfde dingen leuk vond als de rest. Ieder kind kijkt toch uit naar de intocht van Sinterklaas?

Ik dacht dat je ‘gewoon’ over een drempel heen moest en dat ik te voorzichtig met je was. Ik wilde dat je dingen afmaakte en vond je ‘makkelijk’. Ik wilde dat je liet zien wat je kon in het bijzijn van anderen in plaats van stil te worden. Ik wilde de explosies stoppen en dacht aan wat de buren wel niet zouden denken. Ik wilde het huilen stoppen in het bijzijn van andere kinderen, bang dat ze jou daarmee zouden gaan pesten.
Ik vond je zó vervelend, uitgerekend op dagen dat ik niet lekker in mijn vel zat of dat papa ziek was. Ik werd moe van al je vragen. Ik vroeg me af of er iets met je was.



Anders


Ik wilde niet, ondanks alle plaatjes die ik ‘like’ op Facebook over ‘anders’ zijn (‘dare to be different‘), dat je anders was. Terwijl ik het al die tijd heb geweten. Diep vanbinnen. Terwijl ik je eigenlijk zo goed begrijp.

Ik kijk naar je terwijl je in bed ligt.
Mooi kind. Zoals je bent.

Reageer op artikel:
Anoniem: ‘Ik heb het al die tijd geweten, maar ik wilde niet dat je ‘anders’ was’
Sluiten