Zo slaapt je baby vannacht wél door

Handig stappenplan!

Kids

Weer genachtbraakt? Is jouw baby niet de doorslaper waarop je stiekem gehoopt had? Je staat er niet alleen in. Ouders van pasgeboren babies schijnen 400 – 700 uur slaap mis te lopen. Gelukkig maakte Tracy Hogg (die je misschien kent van het boek De babyfluisteraar lost alle problemen op) een simpel stappenplan zodat jouw baby een schone slaper wordt. Hieronder vind je ‘m:

Methode 1: 3 tot 6 maanden oud

1. Luister en kijk naar de bewegingen, het huilen, gillen en andere geluiden die je baby maakt. Dit is zijn manier van spreken voor hij kan praten.
2. Ontcijfer je baby’s verschillende maniertjes. Regelmatig, ritmisch huilen betekend meestal honger. Hoog, hard huilen met gekke bewegingen kan pijn of onbehagen betekenen, terwijl vermoeide baby’s in hun ogen wrijven, gapen of met hun ogen knipperen tijdens het huilen.
3. Maak een routine voor eten, spelen en slapen. Bijvoorbeeld: zorg ervoor dat je baby heeft gegeten 30 minuten voordat je iets actiefs gaat doen (dat kan al een luier verwisselen zijn).


Een goede routine:
Met een buik vol en een schone luier, zou je baby klaar moeten zijn voor een dutje. Bij drie maanden heeft je baby ongeveer vijf uur slaap tijdens de dag nodig, en 10 uur ‘s nachts.

Is je baby wat vermoeid? Breng hem dan naar bed. Volg de slaaproutine wat voor tijd het ook is. Een bedje in de woonkamer kan natuurlijk ook, zolang het maar rustig is.

Als je baby huilt, troost hem dan. Begin met sussen en als het niet over gaat streel zijn rug. Al dit echt niet werkt, pak hem dan op, maar nooit langer dan 2/3 minuutjes.

Methode 2: 6 tot 8 maanden oud

1. Pas de routine aan als je baby gaat groeien. Bij 6 maanden hoeft een baby niet meer ‘s nachts gevoed te worden, zeker niet als hij overdag al vast voedsel krijgt.
Zodra je baby de hele nacht gaat doorslapen, kun je de periodes van activiteit verlengen naar 2 tot 2,5 uur spelen tussen de dutjes. Natuurlijk moet je soms flexibel zijn met het schema.
2. Kijk naar de signalen van je baby voordat je hem optilt tijdens een dutje of ‘s nachts. Een goede is als je kind zijn handen naar je toe houdt. Als je hem optilt, houd hem dan horizontaal. Raakt je baby geïrriteerd als je hem terug legt? Loop dan weg van het bedje en vermijd oogcontact.
3. Introduceer een bed-item, zoals een dekentje of knuffel. Zo begint je kindje te leren dat hij dit moet associëren met bedtijd.

Methode 3: 8 maanden en ouder

1. Ga verder met de routine: maak de speeltijd steeds langer en kort de tussentijdse dutjes in. Kijk naar hoe je baby zich gedraagt zodat je dit altijd bij kunt stellen. Rond deze leeftijd moet je kind nog steeds ongeveer twee dutjes per dag doen. Dat kan varieren van 20 minuten tot een paar uur.
2. Laat je kind zelf inslapen. Leg haar in bed en loop weg. Ga haar niet optillen, tenzij de baby echt van slag is.
3. Luister naar je baby als hij ‘s nachts huilt voordat je er meteen naartoe sprint. Grote kans dat je baby zichzelf weer rustig maakt. Als het huilen erger wordt, ga er dan pas naartoe. ‘s Nachts huilen hoort er (helaas) helemaal bij.

Meer weten? Lees het boek De babyfluisteraar van Tracy Hogg >

Meer leuke content? Like ons op Facebook