6 x deze situaties met je peuter zijn onvermijdelijk + dit is de oplossing

Kids

Peuters zijn misschien wel het allergrappigst, maar ze kunnen ook behoorlijk intensief zijn. En dan zit je ineens met een kind dat niet meer mee wil of totaal uit het niets een driftbui krijgt. Hoe los je dat op? 6 x deze situaties met zijn onvermijdelijk + dit is de oplossing van Famme’s Patricia.

Ik las dus een paar opvoedboeken (onder meer How2Talk2Kids en Temperamentvolle Kinderen), ging naar een cursus ‘Liefdevol grenzen stellen aan je peuter’ op de crèche, pikte eruit wat mij aansprak en mix nu elke dag weer alle tools die ik leerde in de praktijk door elkaar. Oplossingen die vaak succes hebben. Maar soms ook niet. Want hey, ik verlies ook wel eens mijn geduld en ben ook maar een mens. En dat geldt uiteraard ook voor mijn peuter.

Situatie 1: gillen

Mijn dochter (3) ligt op haar buik in de gang en gilt de hele buurt bij elkaar. Ze is boos. Heel boos. Want ze mocht de voorraadkast niet van mij openmaken.
Ik snap die woede wel, want soms laat ik haar er wél iets uit pakken. Dus ze dacht: ‘Waarom mag het nu niet?’ (Voor de lezer thuis: omdat ik er chocola in had liggen en ik wist dat als ze dat zag, ze dat wilde. Had ik even geen zin in.) En toen lag ze dus in de gang te krijsen. Van mij mag ze best boos zijn. Ik wil niet dat ze haar gevoelens onderdrukt, maar er juist mee leert omgaan. Maar krijsen, nou nee. Ze doet het ook in de speeltuin namelijk. Of naar andere kinderen.
De oplossing: bedenk een alternatief
We hebben samen een plek bedacht waar ze altijd mag gillen: in een tunnel, zoals ik al eerder schreef. Als we nu met de auto door een tunnel rijden, gaat ze gillen. Thuis probeer ik daar aan te refereren. Dan zeg ik: ‘Gillen is voor in de tunnel. Als je boos bent, probeer met woorden te zeggen waarom, zodat ik je kan helpen.’ Werkt best wel goed. Maar niet altijd. Want mijn dochter heeft het temperament van een rode peper. Dus hebben we samen bedacht dat ze soms thuis best even mag gillen, maar dan alleen in een kussen. Dus als ik zie dat ze rood aanloopt, zeg ik: ‘Ik zie dat je heel boos bent. Heb je even een kussen nodig?’ Iets wat je ook prima kunt zeggen als ze buiten aan het spelen is. Meestal is alleen die erkenning al genoeg om een ontploffing te voorkomen.

Situatie 2: zeuren om een snoepje

Mijn dochter en het buurmeisje staan bij mij in de tuin en zeuren om een snoepje of ‘iets anders lekkers’. Ik hoorde het buurmeisje in de gemeenschappelijke speeltuin tegen mijn peuter zeggen: ‘Wat als jij nou aan je mama een snoepje vraagt?’ En dus staan er twee peuters aan mijn been te trekken.
Zeker in de zomer is het soms om gek van te worden. Het is lekker weer, en ach een beetje limo of een ijsje mag best en vanaf dan begint het gejengel om meer, meer, meer.
De oplossing: ga er niet tegenin, maar beaam juist de behoefte
Ik probeerde het eerst zo: ‘Nee, we gaan zo eten en jullie hebben al iets lekkers gehad, dus het is klaar voor vandaag.’ Werkte niet. ‘Mag het alsjeblieft?’ probeerde mijn dochter en ze liep al naar de keukenlade. Dus ik besloot een andere aanpak en zei: ‘Hebben jullie écht zo’n zin in iets lekkers? Ik snap het, ik ook! Ik zou wel duizend snoepjes op kunnen. Jullie? Maar we gaan zo meteen eerst eten.’ De peuters knikten. ‘Het mag niet van mijn mama’, schouderophaalde mijn dochter en weg waren ze. Je zou ook een andere keuze kunnen bieden. ‘Je mag kiezen: of niks of een appel.’ Werkt soms ook.

Situatie 3: driftbui in de supermarkt

Mijn dochter wil niet in de kar zitten, maar heel hard rennen door de winkel. Dat mag ze niet, dus wordt ze boos. En gaat ze gillen (zie punt 1).
Een kind dat in de supermarkt een driftbui krijgt: je wilt het als ouder liever niet. Ook al weet je dat het iedereen een keer overkomt.
De oplossing: geef je kind een taak of verantwoordelijkheid
De laatste keer dat mijn peuter een driftbui in de supermarkt heeft gehad, is lang geleden. Ik laat haar nu namelijk helpen. Ze krijgt een eigen mandje of zo’n miniwinkelwagentje plus wat opdrachtjes. Kun jij de bananen vinden? Zie jij de yoghurt? Werkt als een dolle. Oké, je moet er wel wat extra tijd voor uittrekken. Zeker als je kind (de mijne) al het spul ook op de lopende band wil leggen. Dus als je megahaast hebt is de enige optie: doe die boodschappen zonder kind.

LEES OOK: Met deze 6 lessen van mijn kinderslaapcoach komt een einde aan je gebroken nachten

Situatie 4: niet weg willen uit de speelhoek

We zitten te lunchen in een kroeg met een speelhoek en dan is het tijd om naar huis te gaan. Mijn vriend zegt: ‘Kom, we gaan naar huis’ en mijn peuter barst in tranen uit en roept woedend: ‘IK WIL NIET NAAR HUIS.’ Hij pakt ons kind op (ze moet haar schoenen weer aan) maar ze slaat en spartelt en schreeuwt.
Zaak is om dit snel in te dammen, want de hele koffietent kijkt. Zo van: die mensen hebben hun kind niet in de hand. Althans dat denk ik altijd op dit soort momenten. Het zweet breekt me uit. Dus ik zeg tegen mijn vriend: ‘Ga jij maar vast naar buiten, ik handel het wel.’
De oplossing: gooi het op een akkoordje.
Ja, dat klinkt tegenstrijdig (mijn kind luistert niet, dus moet ik nu gaan toegeven?) maar zo is het niet. Op dit soort momenten pas ik eerst de truc van ‘het erkennen van het gevoel’ toe, dus je kind aankijken en dan iets zeggen als: ‘Ik zie dat je nog heel graag verder wilt spelen en dat je boos bent dat we naar huis moeten.’ Je kind zal dit snotterend beamen. Als je zelf maar rustig bent. Echt! Bij mijn dochter werkte het om haar uit die driftbui in die koffietent te halen. Daarna zei ik: ‘Als je nou één heel mooi ding uitkiest uit de speelhoek en dat vasthoudt als ik je schoenen aandoe, wat zou je dan kiezen? Dan gaan we daarna naar huis.’ Ze keek onderzoekend rond, pakte een puzzel, ging op een stoel zitten en in alle rust deed ik haar schoenen aan en gingen we naar buiten.

Oh en:

Overgangen voor kinderen zijn vaak heftig. Dus bereid ze erop voor. Dat scheelt heel veel strijd. Als je samen ergens bent, leg je kind dan op tijd uit dat jullie zo naar huis gaan.

Situatie 5: niet willen aankleden

Ik heb haast, we moeten zo de deur uit en mijn dochter zet haar hakken in het zand als ik haar probeer aan te kleden. Ze draait zich van me weg, kruipt over me heen en begint te springen op bed.
Vanbinnen kook ik, want verdomme, kan ze niet één keer éven meewerken, maar ik adem in, blijf rustig en zet mijn tool in.
De oplossing: maak er een grapje van
Ik pakte haar broek en zei: ‘Moet deze over je hoofd?’ Ze keek me verbaasd aan en riep dat hij om haar benen moest. Voilà en de broek ging aan. Toen maakte ik van de sok een handpoppetje en zei: ‘Ik ben het sokkenmonster! Zal ik in de neus van je mama bijten?’ Ze gierde het uit en de sokken zaten binnen een minuut aan haar voeten. Nu denk je misschien: ‘Hallo zeg, heb helemaal geen tijd om poppenkastje te spelen’, maar geloof me: dit gaat sneller dan heel de tijd achter je kind aanrennen of boos worden.

Situatie 6: niet mee op de fiets willen

Ik heb mijn dochter net helemaal aangekleed, wil ze niet mee naar buiten. Ze kijkt in de kast waar haar tekenspullen liggen en roept: ‘Ik wil tekenen!’ Als ik zeg dat we nu moeten gaan, is het huilen geblazen. Of ze gaat gewoon op de grond zitten, zo van: ik zit hier prima.
Eer ik mijn dochter de deur uit heb, zijn we soms een half uur verder. Overal ziet ze weer iets dat leuk of interessant is. En als ik zeg dat ze nu niet mag tekenen/kleien/loopfietsen, kan dat ontaarden in een driftbui.
De oplossing: geef een keuze
Geef dan ook een keuze met opties waar jij je in kunt vinden. En verleg de keuze naar de plek waar je heen wilt. In dit geval: de voordeur. Dus: ‘Wil je zelf je jas pakken om naar de crèche te gaan of zal ik het doen?’ Meestal rent ze naar de voordeur om het zelf te doen en is ze die kleurpotloden vergeten. Blijft je kind treuzelen, zeg dan: ‘Ik tel tot vijf en als je dan niet gekozen hebt, kies ik.’ En doe dat dan ook. Dat weten ze meteen voor de volgende keer wat de consequentie is.

Dit stuk is misschien ook interessant om even te lezen:waarom het goed is als kinderen soms een leugentje verkopen