Zo ga je om met een verdrietig kind

Kids

Een dode hamster, een verloren knuffel, een vriendje dat naar een andere stad verhuist – ook kinderen maken verdrietige dingen mee. Hoe kun je ruimte geven aan hun gevoelens? En waarin verschillen die van de onze?

‘Wie heeft onze Flappie gezien?’ Het is de dramatische oproep van een moeder die alle lantarenpalen in de straat heeft volgeplakt met foto’s van een speelgoedkonijn. Het roept het beeld op van een ontroostbaar kind dat zijn knuffel kwijt is, maar ook van een moeder wiens hart breekt als ze naar haar huilende kind kijkt.

Kinderverdriet is er in alle soorten en maten. Van een bloedende knie of een vriendje dat niet mee wil spelen, tot een overleden hond of het verdriet om ouders die gaan scheiden. Als ouder zou je je kind het liefst tegen alles beschermen, maar een leven zonder tranen bestaat niet. Verdriet is een ontlading, een emotionele teleurstelling als wensen en verwachtingen niet uitkomen. Veel verdriet komt voort uit moeten loslaten. Dat is voor kinderen niet anders dan voor volwassenen. Toch zijn er verschillen.

Huilen als taal

Huilen is voor een kind een manier van communiceren. Het is het eerste wat een pasgeboren baby doet, de taal waarmee hij contact legt met zijn moeder. Moeders horen dan ook van alles in de huiltjes van hun kind. Huilen van de honger klinkt anders dan huilen vanwege moeheid.

Gevoel beschrijven

Wanneer een kind leert praten, kan het met woorden duidelijk maken wat het wil. Maar de woordenschat van een peuter is nog niet voldoende om de complexe gevoelens van verdriet te beschrijven. Voor kinderen tot een jaar of 4/5 is verdriet hetzelfde als huilen. Dat er áchter het huilen een gevoel schuilgaat, snappen ze vaak niet. Als ouder kun je je kind dan ook helpen door het gevoel te benoemen: ‘Ik snap dat je moet huilen, want het is niet leuk dat je vriendje je bal heeft afgepakt.’ Op een rechtstreekse vraag als ‘Hoe voel je je?’ of ‘Hoe gaat het?’ kunnen jonge kinderen vaak moeilijk antwoord geven. ‘Ik begrijp dat je boos bent dat je niet mag meespelen’ kan dan meer reactie opleveren.

Zwart-witte emoties

Kinderen denken anders dan volwassenen, dus is het niet raar dan hun emotionele huishouding ook anders in elkaar zit. Een volwassene kan heel diep in zijn verdriet zakken en er weer heel langzaam uitkomen. Bij een kind kent verdriet veel meer pieken en dalen. Vooral bij jonge kinderen zijn emoties vaak zwart-wit: je bent óf vrolijk, óf verdrietig, en die twee volgen elkaar snel op. Het ene moment ligt je dochter hevig snikkend op de bank omdat ze haar pop kwijt is, en vijf minuten later zie je haar lachend over straat rennen. Tegelijkertijd aan twee dingen denken is moeilijk voor kinderen tot een jaar of 6. Dat betekent ook dat een verdrietig kind op die leeftijd makkelijk is af te leiden, zoals met het bekende snoepje voor de pijnlijke knie (niet verantwoord overigens).

Relativeren

Anders dan volwassenen kunnen jonge kinderen nog niet goed relativeren. Ze hebben nog geen strategie om met hun verdriet om te gaan. Volwassenen kunnen zichzelf ook in hun grootste verdriet nog voorhouden dat het wel weer goed komt. Een 5-jarig kind dat huilt omdat het zijn doos met K’nex niet kan vinden, kan nog niet tegen zichzelf zeggen: ‘Morgen lach je hierom’ of ‘ach, ik pak wel Lego.’

LEES OOK: Zo werkt het brein van je kind

Goed troosten

Omdat kleuters nog niet altijd de woorden en relativerende gedachten tot hun beschikking hebben, zoeken ze andere manieren om met hun verdriet om te gaan. Kinderen tussen 1 en 3 zoeken in hun verdriet vaak extra bescherming. Ze worden aanhankelijker en afhankelijker, willen op schoot en kunnen eindeloos aan de benen van hun vader of moeder hangen. Die fysieke nabijheid is de veiligheid die een verdrietig kind soms nodig heeft. Kinderen hebben veel meer troost nodig dan volwassenen, juist omdat ze zichzelf niet kunnen troosten. Troosten is niet zeggen dat het wel weer overgaat, maar je kind gelegenheid geven om zijn gevoelens te uiten. Troosten is ernaar streven om je kind zelf krachtiger te maken in het omgaan met verdriet. Slechte troost is het kind zo snel mogelijk afleiden van zijn pijn en emoties.

Leefwereld zonder tijdsbesef

Vanaf een jaar of 6 wordt de leefwereld van kinderen groter. Ze hebben een eigen leven met vriendjes op straat, op school en op de sportclub. Ze begrijpen beter wat er om hen heen gebeurt, maar tot ze een jaar of 9 zijn, hebben ze nog niet altijd de vaardigheden om daarmee om te gaan. Dat maakt kinderen in die leeftijd extra kwetsbaar. Ze willen heel graag begrijpen waarom opa ziek is, de poes aangereden of de hamster dood is, maar hun tijdsbesef is nog heel anders dan dat van volwassenen. Ze begrijpen bijvoorbeeld nog niet dat de dood onomkeerbaar is en kunnen vragen stellen als: ‘Komt opa weer bij ons als hij niet meer dood is?’

Magisch denken

Jonge kinderen zien zichzelf nog als het middelpunt van de wereld. Ze gaan ervan uit dat als zij iets denken of doen, dat ook zal uitkomen. Het is een vorm van magisch denken: ‘Als ik heel goed luister naar mama, dan komt papa weer bij ons wonen.’ Juist door die andere manier van denken is het belangrijk dat ouders de verbanden tussen oorzaak en gevolg aangeven.

Minder afhankelijk

Tot een jaar of 9 zijn er altijd vaders, moeders, juffen, meesters en andere ouders in de buurt om een verdrietig kind te troosten en zakdoekjes aan te reiken. Daarna zoeken kinderen ook troost bij leeftijdgenootjes. Ze beseffen dat alles wat leeft, ooit een keer doodgaat en dat sommige gebeurtenissen onomkeerbaar zijn. Daardoor zijn ze minder afhankelijk van volwassenen. Na een ruzie aan tafel kan een 9- of 10-jarige daarom naar zijn slaapkamer rennen en eindeloos op bed liggen huilen, met op de deur een briefje waarop in koeienletters staat: NIET STOREN!

Verdriet mag er zijn

Uit onderzoek blijkt dat kinderen gemiddeld 8 jaar zijn als ze voor het eerst in aanraking komen met de dood van een bekende. Kinderpsychologe Marijke Sikkel: ‘In mijn praktijk krijg ik vaak kinderen met groot verdriet. Ouders die gaan scheiden, een overleden familielid. Dat geeft een machteloos verdriet. Troosten met “het komt wel goed” heeft dan niet zo veel zin. Laat merken dat ook jij het een rotsituatie vindt. Je moet een kind duidelijk maken dat het kwaad en verdrietig mag zijn. En als een huisdier doodgaat, moet je dus niet tegen een kind zeggen: “Kom, niet huilen, we kopen wel een nieuwe.” Maar je hoeft ook weer niet te beloven dat goudvissen nu gelukkig zijn in de goudvissenhemel.’

Nog meer Famme? Volg ons ook op Instagram.

Meer leuke content? Like ons op Facebook