11 x feiten en fabels over hoogsensitiviteit

Kids

Wist je dat 15-20 procent van de bevolking hoogsensitief is? En dat hoogsensitiviteit evenveel voorkomt bij mannen als vrouwen? Dat het geen stoornis of aandoening is, noch iets wat je ‘opdoet’ tijdens wellicht een roerige jeugd, maar een aangeboren persoonlijkheidskenmerk?

Zo weet je waarschijnlijk wel meer niet over hoogsensitiviteit: tijd dus om wat fabels en feiten op een rij te zetten.

Hoogsensitiviteit versus hooggevoeligheid

Eerst de terminologie: hoogsensitiviteit is niet hetzelfde als hooggevoeligheid. Deze twee begrippen worden vaak door elkaar gebruikt, maar grootschalig wetenschappelijk onderzoek aan de Universiteit van Brussel door klinisch psychologe Prof. dr. Elke van Hoof, heeft inmiddels uitgewezen dat er wel degelijk een belangrijk verschil is.

Hoogsensitiviteit kenmerkt zich primair door het aantal prikkels dat binnenkomt in de hersenen en de diepgaande verwerking hiervan. Dit is via hersenscans aangetoond. Hooggevoeligheid daarentegen is een (over)emotionele reactie op interne en externe prikkels als gevolg van langdurige blootstelling aan stress, traumatische ervaringen of een psychiatrische aandoening. Hoogsensitieven kunnen wel over-emotioneel (hooggevoelig) reageren, maar het is zeker geen bepalende factor voor hoogsensitiviteit, waar het diepe doordenken centraal staat.

Kenmerken van een HSP

In de volksmond wordt in het kader van hoogsensitiviteit vaak gesproken over HSP, dat staat voor hoogsensitief persoon, afkomstig van het Engelse highly sensitive person: een begrip dat in 1996 geïntroduceerd werd door de Amerikaanse psychotherapeute dr. Elaine Aron.

Een HSP is iemand met een bovengemiddeld gevoelig brein dat meer zintuiglijke prikkels doorlaat die grondiger en nauwkeuriger worden verwerkt. Simpel gesteld: wat hoogsensitieve personen horen, zien, proeven, ruiken of voelen komt sterker binnen. Als je als HSP niet voldoende hersteltijd neemt om al deze prikkels te verwerken, is overprikkeling en stress het gevolg.

1. Feit: hoogsensitiviteit is een aangeboren eigenschap

Hoogsensitiviteit is een aangeboren persoonskenmerk, een temperament dat bij je hoort en al bij kleine baby’s te zien is. Wetenschappelijk is vastgesteld dat het brein van HSP’ers wezenlijk anders functioneert dan dat van niet-HSP’ers. Daardoor denken zij anders en beleven zij de wereld op een andere, intensere manier.

2. Fabel: hoogsensitiviteit is een afwijking

De term hoogsensitiviteit roept vaak iets negatiefs op en wordt vanwege diverse randverschijnselen zoals explosief gedrag, stemmingswisselingen, drang naar controle, angst en depressieve gevoelens vaak in verband gebracht met een stoornis. Dit is echter onterecht: HSP kunt je niet krijgen, je bént het. Hoewel hoogsensitiviteit soms als een last ervaren kan worden als je (nog) niet goed hebt geleerd ermee om te gaan, is het zeker geen aandoening of afwijking.

3. Feit: als jij of je partner hoogsensitief is, is je kind dat hoogstwaarschijnlijk ook

Hoogsensitiviteit is een neurobiologisch verschijnsel en erfelijk bepaald. Als jij en/of je partner hoogsensitief zijn of dit in de familie voorkomt, is de kans dus groter dat je een hoogsensitief kind krijgt.

4. Fabel: alle HSP’ers zijn hetzelfde

Dé hoogsensitieve persoon bestaat niet. De diepgaande manier waarop het brein informatie verwerkt is wel bij alle HSP’ers gelijk, maar dat laat onverlet dat HSP’ers onderling enorm van elkaar verschillen. Uiteraard spelen daar talloze andere factoren een rol bij, waaronder andere persoonlijkheidskenmerken, opgedane ervaringen en je sociale omgeving.

5. Fabel: je kunt van hoogsensitiviteit ‘genezen’

Zoals ook geldt voor andere karaktereigenschappen is hoogsensitiviteit niet iets dat te genezen valt, het is immers geen ziekte.

6. Fabel: HSP’ers hebben per definitie last van hun hoogsensitiviteit

Zeker niet. Door je bewust te zijn van dit aspect van je persoonlijkheid, het beter te begrijpen en te leren hoe je er op een zinvolle manier mee omgaat, kun je de eigenschap in je voordeel gebruiken. Kinderen hierin van jongs af aan begeleiden, draagt eraan bij dat zij zichzelf goed leren kennen, veerkrachtiger worden en zich vol zelfvertrouwen durven te ontplooien.

7. Feit: hoogsensitieve personen cijferen zich vaak weg ten koste van anderen

HSP’ers zijn sterk gericht op anderen, willen hen graag tevreden stellen en het goed doen. Ze beschikken over een sterk inlevingsvermogen en kunnen zonder woorden invoelen wat anderen nodig hebben of nodig is in een bepaalde situatie. Dit kan ook een valkuil zijn: perfectionisme ligt op de loer. Het is één van de redenen waarom bij hoogsensitieve moeders de emmer op een gegeven moment overloopt omdat zij de behoeften van anderen continu op de eerste plaats stellen, zonder ook af en toe aan zichzelf te denken.

8. Fabel: hoogsensitieve personen zijn niet goed in het onderhouden van diepe vriendschappen

Onzin! HSP’ers maken graag diep en intens contact met anderen. Ze kunnen zich heel goed verplaatsen in anderen (zie #7) en warme, oprechte vriendschappen opbouwen en onderhouden.

9. Feit: voor kinderen is omgaan met hoogsensitiviteit lastiger dan voor volwassenen

Simpelweg omdat ze (nog) niet zo goed kunnen reflecteren en hun eigen emoties en gedrag kunnen reguleren en analyseren. Kinderen hebben hier hulp bij nodig van ouders en andere opvoeders die hen leren hoe je bewust en ontspannen kunt omgaan met hoogsensitiviteit.

10. Fabel: het is beter dat je hoogsensitieve kind zoveel mogelijk prikkels vermijdt

Helaas. De wereld zit nou eenmaal vol met prikkels en het idee dat je je kind daar volledig van kunt afschermen, is onuitvoerbaar en ook niet wenselijk. Nieuwe, positieve stimuli zorgen immers ook voor groei en ontwikkelingskansen. Inschatten hoeveel prikkels een hoogsensitief kind aankan en daarin de juiste balans vinden is essentieel. Daarnaast is het belangrijk dat een kind zich bewust leert worden van de momenten waarop het dreigt te verdrinken in de veelheid aan prikkels en handvatten aangeboden krijgt om hier goed mee om te gaan.

11. Fabel: even televisie of iets op de iPad kijken geldt als rustmoment

Voor alle kinderen geldt dat ze gedijen bij rust, maar bij hoogsensitieve kinderen is dat dus nog meer het geval. Vooral na momenten waarop je weet dat je kind veel prikkels te verwerken heeft gehad (na een partijtje, een schooldag etc). Televisie en Ipad inzetten geldt feitelijk niet als rustmoment, omdat een hoogsensitief kind daardoor eigenlijk alleen maar meer (visuele) prikkels binnenkrijgt. Betere alternatieven om te ontspannen zijn diep ademhalen, mindfulness, een boek lezen, tekenen, kleien, (buiten)spelen, de natuur ingaan, wandelen, rennen, dansen, naar muziek luisteren of een warme douche of bad nemen.

Lees ook: Feiten en fabels over leven met een depressie

Meer leuke content? Like ons op Facebook