Als je denkt dat je kind stout doet, maar hij er eigenlijk niks aan kan doen

Dit is het verschil tussen een ondeugend kind en een kind in ontwikkeling

Soms (vaak) wil je heel graag boos worden op je kind als ‘ie weer eens alle lego door de kamer smijt of de hele supermarkt bij elkaar schreeuwt. Voordat je losgaat, weet dat ‘ie er soms niks aan doen. Het excuus: je kind is in ontwikkeling.

‘Mijn dochter is heel lief, maar ook behoorlijk ondeugend’ – als ik voor elke keer dat ik dat het afgelopen jaar over mijn inmiddels driejarige dochter gezegd heb een euro had gekregen, zou ik nu niet meer hoeven werken. Totdat ik onlangs op een artikel stuitte waarin een Amerikaanse psychologe het verschil uitlegt tussen wanneer een kind (bewust) ondeugend is, en wanneer het dingen doet (of juist niet) omdat het bij de ontwikkeling van het kind hoort. Wat je noemt een interessante eye-opener.

1. Geen controle over impulsen

Als mijn dochter geen zin heeft in haar beker melk, gooit ze die 9 van de 10 keer om. Bloedirritant: ja. Ondeugend: ook. Maar ook een logisch gevolg van het feit dat een kind totdat ze gemiddeld 3,5 – 4 jaar oud zijn, niet in staat is om zichzelf te bedwingen als ze iets stouts willen doen. Waarom niet? Omdat hun hersenen daarvoor nog niet ontwikkeld genoeg zijn. Volgens wetenschappers is het ontwikkelen van zelfbeheersing een ‘lang en langzaam proces’. Met andere woorden: ze mag nog ongeveer een half jaar d’r melk omsmijten zonder dat ik het haar echt kwalijk mag nemen.

2. Teveel prikkels (overstimulatie)

Dat je soms aan het eind van de dag te maken hebt met een kind dat onhandelbare trekken vertoont, ligt helaas vaak soms aan het feit dat we denken dat het leuk is om zoveel mogelijk leuke dingen te doen. Op één dag, welteverstaan. Kinderen hebben nou eenmaal net zoveel behoefte aan down time als aan up time. Met andere woorden: plan de dag niet zo vol, bouw voldoende rustmomenten in. Je kind is niet stout, maar gewoon hondsmoe.

3. Basisbehoeften: voldaan?

Er zijn een aantal basisbehoeften waaraan voldaan moet zijn, om ervoor te zorgen dat een kinds gemoedstoestand op ‘tevreden’ staat, waaronder: niet moe, geen honger, geen dorst en in goede gezondheid. Zodra er aan een van die voorwaarden niet voldaan is, kun je het een kind in ontwikkeling niet kwalijk nemen als ‘ie ondeugend of onhandelbaar doet, zeker als ‘ie zelf niet goed kan aangeven wat het precies is waar hij behoefte aan heeft. Je had het vast al door: dit geldt ook voor volwassenen.

4. Controle over heftige emoties is non-existent

De meeste van ons hebben in de loop der jaren geleerd om onze heftige emoties te beteugelen, zeker in het openbaar. Of dat altijd verstandig is, is een andere discussie, maar waar het om gaat is dat een kind in ontwikkeling die kunst nog niet onder de knie heeft. Voor een peuter bestaat er niet zoiets als ‘een beetje boos’ zijn; een peuter is ontzettend kwaad en de hele wereld mag dat zien en horen. Tegen een schreeuwend kind zeggen dat het allemaal niet zo erg is, is tegen dovemansoren praten – hij kan er niks aan doen.

5. Stil blijven zitten

Deze behoeft eigenlijk weinig uitleg, maar tenzij er een beeldscherm aan te pas komt, is het nogal een missie om van een kind te eisen dat het stil blijft zitten. Zeker peuters hebben een onstuimige, bijna ontembare behoefte om te bewegen – in de speeltuin, op de bank, op jouw schoot, overal. Dat hyper-energieke is niet stout, maar een intrinsiek deel van wie ze zijn (en vooruit, af en toe zeer vermoeiend). In de meeste gevallen geldt: zodra het weer het toelaat, naar buiten gaan. Eigenlijk is alles beter dan ‘zit nou toch eens stil’ te roepen.

6. De behoefte om zelf keuzes te maken

Variërend van welk shirt ze aan wil vandaag (en vooral welke niet), tot aan het zelf willen inschenken van melk: de behoefte om dingen zelf te kunnen doen, is een onmisbaar deel van hun ontwikkeling. Toegegeven, soms is het niet praktisch en kost het veel (extra) tijd, maar het proberen te ontmoedigen of de keuze ontzeggen is allesbehalve aan te raden – hier worden je kinderen namelijk zelfstandige individuen van (ooit).

7. Een kind in ontwikkeling is zeer gevoelig voor actie-reactie

Kinderen zijn uitermate goed in het overnemen van emoties van mensen om ze heen. Lees: als mama gestresst is, is de kans groot dat zoonlief dat ook is/wordt. Datzelfde geldt voor een sjachrijnige, verdrietige, gefrustreerde of boze moeder. Voordat je dus tegen je kind uitvalt, bedenk dan vooral of je eigen gedrag niet onbewust debet is aan zijn gemoedstoestand. Dat werkt vaak ook de andere kant op: een ontspannen moeder heeft vaak ook ontspannen kinderen om zich heen.

8. Inconsequentie wordt genadeloos afgestraft

Het is al veel vaker gezegd: elk kind heeft behoefte aan grenzen. Zodra die wazig of zelfs afwezig zijn, word je als ouder met de rekening gepresenteerd. Als je de ene dag zelf met je kind in de woonkamer staat te voetballen, en de volgende dag toebijt dat ‘die bal niet in de woonkamer hoort’, kan je kind niet anders dan gefrustreerd raken en in opstand komen. De moraal van het verhaal: stel grenzen, luid en duidelijk. En vooral: wees consequent als het om die grenzen gaat.

Laat er geen misverstand over bestaan: het is heus niet zo dat al bovenstaande ‘excessen’ een kind per definitie niet aangerekend kan worden, want er zijn natuurlijk echt wel momenten waarop een kind gewoon stout doet. Wat niet wegneemt dat het goed is om bij de ‘beoordeling’ daarvan rekening te houden met het feit dat kinderen – en vooral hun hersenen – de eerste jaren volop in ontwikkeling zitten, en ze aan sommige ‘tekortkomingen’ daardoor nog niet echt iets kunnen doen.

NB. Bij sommige kinderen duurt het eerdergenoemde lange en langzame proces rondom het ontwikkelen van zelfbeheersing langer dan verwacht: ik beroep me persoonlijk vrij regelmatig op mijn nog niet volledig ontwikkelde hersenkwabben. Heel soms kom ik er nog mee weg ook.

Lees ook: Waarom het juist heel leuk is als je een ondeugend kind hebt

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Psychology Today